Strafrecht
Het strafrecht in Nederland wordt geregeld In het wetboek van Strafvordering (Sv). In deze wet staat precies beschreven wie verdachte is, welke opsporingsmethoden gehanteerd mogen worden, hoe lang iemand in voorarrest gehouden mag worden, etc. In het wetboek van Strafrecht wordt precies beschreven, welke gedragingen als strafbaar worden gezien. Daarnaast is er een aantal specifieke wetten, zoals de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie, waarin bijzondere delicten worden beschreven.
De verdachte
Het uitgangspunt is dat iedereen onschuldig is, tot het tegendeel is bewezen. Zolang een strafrechter geen uitspraak heeft gedaan over de vraag of iemand een strafbaar feit heeft gepleegd, wordt die persoon als een verdachte aangemerkt. Een verdachte is volgens de wet iemand ten aanzien van wie uit feiten en omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit (art. 27 Sv).
Aanhouding
Een verdachte mag op heterdaad worden aangehouden door iedereen, en buiten heterdaad alleen door de politie. Met andere woorden, als u ziet dat meneer X een ruitje van de auto van uw buurman inslaat en spullen uit die auto pakt, dan mag u hem op heterdaad aanhouden wegens diefstal. U zult hem vervolgens moeten overdragen aan de politie. Als X wegrent voordat u hem heeft kunnen aanhouden, en u ziet hem de volgende dag in de stad lopen, dan mag u hem niet meer zelf aanhouden, maar zult u dit aan de politie over moeten laten.
Wordt X buiten heterdaad aangehouden, dan mag dat alleen voor een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (zie inverzekeringstelling).
X mag na zijn aanhouding gevraagd worden naar zijn BurgerServiceNummer. Ook mag de politie hem aan zijn kleding onderzoeken als dat noodzakelijk is om zijn identiteit vast te stellen. Een Officier van Justitie of een Hulpofficier van Justitie kan bepalen dat X aan (en zelfs in) het lichaam en kleding wordt onderzocht, als dat in het belang van het onderzoek is, en er ernstige bezwaren tegen X zijn gerezen.
X kan als verdachte 6 uur worden opgehouden voor onderzoek. De tijd tussen 24.00 uur en 09.00 uur telt niet mee. Na die 6 uur moet hij of in vrijheid gesteld worden, of hij moet in verzekering gesteld worden. Dit is een keuze die in de praktijk door de Hulpofficier van Justitie wordt gemaakt.
Inverzekeringstelling
Inverzekeringstelling kan alleen plaatsvinden wanneer X verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit waarvoor 4 jaar gevangenisstraf of meer opgelegd kan worden, of een specifiek in het wetboek van Strafvordering genoemd feit, zoals mishandeling of vernieling. Ook is inverzekeringstelling mogelijk wanneer de verdachte simpel gezegd geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Inverzekeringstelling vindt plaats in het belang van het onderzoek. Het belang van het onderzoek kan zijn het horen van getuigen, het doen van sporenonderzoek of het voorkomen dat de verdachte bewijsmateriaal kwijt maakt, maar ook het in persoon uitreiken van mededelingen over de strafzaak is daar een voorbeeld van. Als X in verzekering is gesteld, kan hij 3 dagen worden vastgehouden.
Gedurende die 3 dagen beslist de Officier van Justitie of X in vrijheid kan worden gesteld, of dat het belang van het onderzoek vereist dat hij nog langer vast moet blijven zitten. Uitgangspunt is, dat iemand niet langer vast blijft zitten dan nodig is.
De Officier kan de inverzekeringstelling met 3 dagen verlengen. Hij moet er echter wel voor waken, dat X in dat geval binnen 3 dagen en 15 uur na zijn aanhouding voor een Rechter-Commissaris wordt geleid, die de rechtmatigheid van de aanhouding en de inverzekeringstelling toetst.
Als een Officier van Justitie van mening is dat het belang van het onderzoek vereist dat X ook na de termijn van inverzekeringstelling vast blijft zitten, zal hij een vordering tot inbewaringstelling indienen bij de Rechter-Commissaris. De inbewaringstelling is de eerste fase van de voorlopige hechtenis.
Inbewaringstelling
Een Rechter-Commissaris (RC) moet een aantal vragen beantwoorden als de Officier van Justitie een vordering tot inbewaringstelling heeft ingediend. Ten eerste zal de RC moeten controleren of de bewaring gevorderd wordt voor een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis (zie voetnoot 1) mogelijk is. Vervolgens moet de RC beoordelen of er ernstige bezwaren en gronden zijn. De term “ernstige bezwaren” houdt in dat er méér dan een redelijk vermoeden van schuld moet zijn dat X een strafbaar feit heeft begaan. Gronden zijn o.a. vluchtgevaar en een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid. Bij deze laatste term moet u bijvoorbeeld denken aan een strafbaar feit waarop 12 jaar gevangenisstraf of meer is gesteld en waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Ook de angst dat X een feit gaat plegen waarop 6 jaar gevangenisstraf of meer is gesteld of waardoor de veiligheid van personen in gevaar komt, is een gewichtige reden van maatschappelijk veiligheid.
Acht de RC ernstige bezwaren en gronden aanwezig, dan zal hij de inbewaringstelling gelasten voor maximaal 14 dagen. Het kan zijn dat het belang van X om in vrijheid gesteld te worden, zwaarder weegt dan het maatschappelijk belang om hem langer in voorarrest te houden. Bijvoorbeeld omdat hij zijn baan zal verliezen bij langer durend voorarrest. Het belang van X om in vrijheid gesteld te worden, moet goed onderbouwd worden en voorzien worden van bewijsstukken. Vindt de RC het belang van X zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang, dan kan de RC de voorlopige hechtenis schorsen. X wordt in vrijheid gesteld en zal zich aan diverse voorwaarden moeten houden, zoals het niet opnieuw plegen van strafbare feiten, en het beschikbaar blijven voor justitie.
Heeft de RC de bewaring bevolen en het schorsingsverzoek van X afgewezen, dan zal X naar een Huis van Bewaring worden gebracht. Hij zal daar blijven in afwachting van het verdere verloop van zijn strafproces.
Gevangenhouding
Voordat de 14 dagen van de inbewaringstelling eindigen, zal de Officier van Justitie moeten beoordelen of het belang van het onderzoek vereist dat X nog langer vast blijft zitten. Als hij vindt dat X langer in voorlopige hechtenis moet blijven, zal hij een vordering tot gevangenhouding bij de rechtbank indienen. Een raadkamer van de rechtbank, bestaande uit 3 rechters, zal die vordering beoordelen. Ook hier geldt weer, dat de rechtbank toetst of er ernstige bezwaren en gronden aanwezig zijn, en of er redenen zijn om de voorlopige hechtenis te schorsen. De gevangenhouding kan voor maximaal 90 dagen opgelegd worden. Is een kortere termijn vastgesteld, dan kan de Officier van Justitie maximaal twee keer verlenging van de gevangenhouding vorderen. De gevangenhouding kan door de raadkamer maximaal twee keer verlengd worden, zolang de termijn van 90 dagen maar niet wordt overschreden.
Als X al deze fasen heeft doorlopen, zit hij 107 dagen in voorarrest (of 110 dagen in geval van verlenging van de inverzekeringstelling). De Officier van Justitie zal ervoor moeten zorgen dat vóór afloop van deze termijn een zitting is gepland waarop de rechtbank het strafbare feit waarvoor X is aangehouden, inhoudelijk gaat bespreken en beoordelen. Is het onderzoek op dat moment nog niet afgerond, dan zal er een pro forma zitting gehouden worden. Tijdens een dergelijke zitting kan de verdediging nadere onderzoekswensen opgeven en zal de rechtbank beoordelen of X nog langer in voorarrest moet blijven.
De rechtbank
De Officier van Justitie bepaalt in eerste instantie of een zaak door de enkelvoudige kamer (ook wel politierechter genoemd) of door de meervoudige kamer van de rechtbank beoordeeld gaat worden. Is een zaak aangebracht bij de politierechter en vindt hij de zaak te ingewikkeld, dan kan hij de zaak verwijzen naar de meervoudige kamer. Een politierechter kan maximaal 12 maanden gevangenisstraf opleggen, de meervoudige kamer kan meer dan 12 maanden gevangenisstraf opleggen. Dat een zaak door de meervoudige kamer wordt behandeld, wil niet zeggen dat er in geval van een veroordeling per definitie meer dan 12 maanden gevangenisstraf wordt opgelegd; de rechtbank kan ook een lagere straf opleggen.
Straffen en maatregelen
De rechtbank kan in geval van veroordeling de volgende straffen opleggen: gevangenisstraf, werkstraf (max. 240 uur), leerstraf (max. 240 uur) en geldboete. Een combinatie van straffen is mogelijk. Als bijkomende straf kan de rechtbank goederen verbeurd verklaren of rechten ontzetten. Ook heeft de rechtbank de mogelijkheid maatregelen op te leggen. Daarbij kunt u denken aan het onttrekken van goederen aan het verkeer, het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel, maar ook het opleggen van TBS, al dan niet met voorwaarden, of ISD (opname in een Inrichting voor Stelselmatige Daders gedurende 2 jaar).
Bijstand advocaat
Bovenstaande is een vereenvoudigde weergave van de fasen van voorarrest. De praktijk is een stuk ingewikkelder. Bijstand van een advocaat is daarom in dit stadium noodzakelijk. De kosten van de advocaat worden door de overheid betaald, zodat iedere verdachte gegarandeerd is van bijstand.
Heeft u een oproep gekregen van de politie om u te melden op het politiebureau, of is een familielid van u aangehouden door de politie, en wilt u meer informatie over wat er gaat gebeuren, neem dan contact op met mr. Demmer.
Salduz
Op 27 november 2008 heeft het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) uitspraak gedaan in de zaak Salduz tegen Turkije en op 11 december 2008 in de zaak Panovits tegen Cyprus. In het Salduz-arrest overwoog het Hof, dat artikel 6 EVRM eist dat een verdachte toegang tot een raadsman ("access to a lawyer") moet krijgen vanaf het moment dat de ondervraging door de politie begint. Deze overweging houdt mede in, dat een verdachte recht heeft op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor. In het arrest Brusco vs. Frankrijk (14 oktober 2010) heeft het Europese Hof dit standpunt nog eens herhaald, maar desondanks wil justitie in Nederland daar niet aan. Zo heeft de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in Nederland, in zijn arrest van 30 juni 2009 overwogen, dat de uitspraken van het EHRM niet inhouden dat een verdachte recht heeft op bijstand tíjdens het politieverhoor, maar alleen dat een verdachte recht heeft om voorafgaand aan zijn verhoor een advocaat te raadplegen. De Hoge Raad heeft een uitzondering gemaakt voor minderjarigen, zij mogen wel bijstand van een advocaat of vertrouwenspersoon tijdens het verhoor.
De Hoge Raad heeft verder overwogen dat een verdachte voorafgaand aan zijn verhoor gewezen moet worden op zijn recht om een advocaat te raadplegen. Het recht om een advocaat te raadplegen voorafgaand aan het verhoor wordt ook wel consultatiebijstand genoemd. Alleen wanneer een verdachte ondubbelzinnig of op niet mis te verstane wijze afstand doet van zijn recht, kan het verhoor plaatsvinden zonder dat een verdachte een advocaat heeft gesproken. Is een verdachte niet gewezen op het recht een advocaat te raadplegen, dan levert dit een vormverzuim zoals genoemd in art. 359a Sv op. Als tijdens de zitting een beroep op dit vormverzuim wordt gedaan, moet de rechter beoordelen of er inderdaad sprake is van een vormverzuim, en zo ja, welke gevolgen daaraan verbonden moeten worden. In principe moet dit leiden tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van de verdachte die hij heeft afgelegd voordat hij een advocaat heeft gesproken.
Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor
Het Openbaar Ministerie is op deze ontwikkelingen ingesprongen door een “Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor” op te stellen. In deze aanwijzing zijn drie categorieën zaken geformuleerd, de zogenaamde A-, B- en C-zaken. Valt een zaak in de A-categorie, dan kan de verdachte geen afstand doen van zijn recht op consultatiebijstand. Het gaat hier bijvoorbeeld om levensdelicten, of delicten gepleegd door 12-15 jarigen waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Zaken waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en die niet in categorie A vallen, vallen onder categorie B. In categorie C vallen de misdrijven waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten en de overtredingen.
Zoals gezegd kan een verdachte die verdacht wordt van het plegen van een A-zaak, geen afstand doen van zijn recht op consultatiebijstand. In geval van zaken die in de categorieën B en C vallen, kan de verdachte wel afstand doen van zijn recht op consultatiebijstand.
Vaak wordt door de politie aangegeven dat bijstand door een piketadvocaat gratis is, en dat een zelfgekozen advocaat door de verdachte zelf betaald moet worden, maar dat is niet altijd waar. Bijstand van een zelfgekozen advocaat die als strafadvocaat bij de Raad voor Rechtsbijstand is ingeschreven, is gratis. De meeste strafadvocaten zijn als zodanig bij de raad ingeschreven, zo ook mr. Demmer. Alleen wanneer het gaat om een overtreding, dient de verdachte de kosten van de advocaat zelf te betalen (zelfs wanneer de advocaat bij de Raad voor Rechtsbijstand als strafadvocaat is ingeschreven).
Doe geen afstand van consultatierecht!
Wordt u door de politie aangehouden en naar een politiebureau gebracht, doe dan in geen geval afstand van uw consultatierecht! Ook al is de zaak (voor u) simpel, de politie ziet het vaak anders, en die zal er alles aan gelegen zijn om een verklaring van u te krijgen die tot bewijs mee kan wegen. Advies van een advocaat kan een heel ander licht op de zaak werpen!
Verder zult u niet eerder in vrijheid gesteld worden als u afstand doet van uw consultatierecht, zoals door de politie nogal eens wordt voorgehouden. In theorie kan de politie direct met het verhoor beginnen, zonder (maximaal 2 uur) de komst van een advocaat af te hoeven wachten, waardoor de zaak sneller rond kan zijn. In de praktijk begint de politie echter niet meteen met het verhoor, waardoor de tijdwinst al snel verdwenen is. Daarnaast weet de politie bij aanvang van het verhoor nog niet of u in verzekering gesteld gaat worden. De kans bestaat dat u in de veronderstelling bent dat u na het verhoor meteen naar huis mag, terwijl later blijkt dat u in verzekering gesteld wordt en nog drie dagen op het bureau moet blijven! Dan blijkt, dat u net zo goed wel een advocaat had kunnen laten komen, want eerder naar huis mogen, zit er niet in.
Begint de politie met het verhoor, terwijl u nog geen advocaat heeft gesproken, beroept u zich dan op uw zwijgrecht, totdat u overleg heeft gehad met uw advocaat en de juridische kanten van uw zaak heeft kunnen doornemen.
Zelf melden bij politie
Als u wordt opgeroepen door de politie om op het bureau te verschijnen, heeft u de gelegenheid om voorafgaand aan dat gesprek zelf een advocaat te raadplegen. Doe dat ook! Een advocaat kan u uitleggen waar u op moet letten, en dat kan een hoop ellende besparen. De politie zal u in een dergelijke situatie niet wijzen op uw consultatierecht. Tot nu toe is de ervaring dat rechtbanken dit accepteren. U had immers voordat u naar de politie ging, zelf de mogelijkheid om een advocaat te benaderen.
Wat als de verdachte niet is aangehouden?
In zijn arrest van 9 november 2010 heeft de Hoge Raad aangegeven hoe de Salduz-uitspraak uitgelegd moet worden als een verdachte wordt gehoord door de politie, terwijl hij op dat moment niet is aangehouden. In deze zaak ging het om een man die een auto had bestuurd zonder dat hij een geldig rijbewijs bezat. De politie heeft in een woning met de man gesproken. De man is niet aangehouden of in verzekering gesteld. Het Gerechtshof vond dat de man in vrijheid zijn verklaring had afgelegd en dat op geen enkele manier is gebleken dat hem de toegang tot een advocaat werd belemmerd. Hij had volgens het Hof steeds het recht en de feitelijke mogelijkheid om de telefoon te pakken en zijn advocaat te bellen. Ook heeft de verdachte zijn verklaring niet in een later stadium ingetrokken. De Hoge Raad reageert niet op de overwegingen van het Hof. Het enige wat de Hoge Raad zegt, is dat uit de rechtspraak van het EHRM niet voortvloeit dat de regels die gelden voor een aangehouden verdachte, ook gelden voor een niet-aangehouden verdachte. Kortom, wordt u door de politie als verdachte aangemerkt, maar wordt u niet aangehouden, neem dan eerst contact op met een advocaat alvorens u vragen gaat beantwoorden!
Kemp advocaten